Gezocht: mannelijke collega’s in de Kinderopvang
Tien jaar geleden waren er bijna geen mannelijke SPW-studenten. Nog altijd zijn mannen in de Kinderopvang ver in de minderheid. Guido Roose van de Blauwe Piranha van SKON in Amersfoort kan erover meepraten. “De buitenwereld vindt het niet vreemd, wel grappig. Ik zelf heb het nooit gek gevonden; kinderen willen toch net zo graag met een man spelen of praten?”
Als het aan Guido’s eerste studiekeus had gelegen, was hij nu ergens een tunnel aan het bouwen. Toen hij op zijn zestiende de MTS weg en waterbouw volgde, kon hij niet vermoeden dat hij in 2008 al jaren bij de BSO werkzaam zou zijn.
Waarom heb je die overstap gemaakt?Guido: “Ik wilde wat met mijn handen doen, dus koos ik voor een technische richting. Maar na verloop van tijd bleek dat om allerlei redenen tegen te vallen. Veel bedrijfskunde en zo, waar ik niet zo enthousiast voor was. Ik heb daarna een jaartje gereisd en daarna SPW gekozen, omdat ik iets met kinderen of jongeren wilde doen. Dat beviel me wel heel goed.”
Wat vind je aantrekkelijk aan werken in de buitenschoolse opvang?Guido: “Het werken in de Kinderopvang vind ik leuk omdat je hier een grote vrijheid hebt. Je hebt niet iedere dag een gestructureerd programma. Er is dus veel ruimte om zelf leuke dingen te bedenken en te doen. Daarom zou ik bijvoorbeeld niet in het onderwijs willen werken. School is heel gestructureerd, je moet een aantal doelen halen. Hier heb je meer vrijheid, maar wel met bepaalde afspraken.”
Vond je omgeving, familie, vrienden het niet gek dat je dit ging doen?“Nee, eigenlijk vind niemand het gek. Soms hoor ik van: hé, zit jij in de Kinderopvang, wat grappig. Maar voor de meeste vrienden was het ook geen verrassing, ik ben nogal sociaal en in mijn opleiding had ik mij er ook al wel op voorbereid. Als ik mijn broer hoor praten, die soms wel tachtig uur in de week werkt, dan denk ik dat ik toch wel het goede werk heb gekozen.”
Hoe ervaar je het om vooral met kinderen en vrouwen te werken?“Dat valt helemaal niet op. Kinderen vinden het heel normaal. Ik denk dat het ook goed is dat ze kunnen kiezen met wie ze willen zijn: de ene keer met een man, de andere keer met een vrouw. Veel van de kinderen hier komen uit eenoudergezinnen. Die hebben thuis vaak alleen hun moeder. Voor hen is het goed om te leren met mannen om te gaan.”
Mis je het niet om ook mannen als collega te hebben?“Ik zou dat best leuk vinden. Mannen praten anders met elkaar dan vrouwen. In de pauzes praten mijn collega’s met elkaar vaak over nieuwe kleding en zo. Daar heb ik dan niet zoveel mee. En in overleg valt me ook op dat vrouwen gewoon meer woorden nodig hebben. Ik heb wel geleerd om af en toe mijn mond eens open te doen. Anderzijds is het werk zo leuk, dat ik er verder niet bij stil sta. Ik heb hier vijf leuke collega’s en ik mis het niet echt dat daar geen man tussen zit.”
Wat zie je als belangrijke eigenschappen die een BSO-er moet hebben?“Je moet vrij relaxed zijn, niet te snel bezorgd. Ik zie dat nogal eens met stagiaires: die willen alle verantwoordelijkheid op zich nemen. In het begin heb je nog geen grip op kinderen, hoe pak je dat dan aan? Maak je gewoon niet druk. Kinderen gaan niet zomaar doen wat jij zegt. Je krijgt je autoriteit niet door je opstelling of positie, maar door wat je met ze doet. Je moet nooit vergeten dat een kind nog maar zo klein is. Als je duidelijk en consequent bent zal een kind snel naar je luisteren. Een goede pedagogisch medewerker moet dus vooral goed kijken, goed opletten. Je hebt echt niet meteen in de gaten wat er allemaal speelt in een groep. Neem nou verliefdheid: dat komt voor in een groep kleine kinderen. Maar wat betekent dat voor een kind? Wat gebeurt er dan precies, daar moet je wel oog voor hebben.”
Ga je zelf tot het einde der dagen in de Kinderopvang werken?“Geen idee, ik vind het nu nog hartstikke leuk. Ik werk parttime, maar ben ook zelf vader. Ik kan mijn werk nu goed combineren met privé. En ik kan zowel mijn technische talenten hier benutten in het contact met de kinderen in mijn groep. Lekker knutselen of een workshop doen. Bijvoorbeeld: haal een oude computer helemaal uit elkaar en zet hem weer in elkaar. Maar ook het helemaal zelf inrichten van de diverse ruimten vind ik leuk. Ook dat is weer zo’n voorbeeld van vrijheid en variatie. Voorlopig vind ik het prima zo.”
>>meer verhalen van collega's