Mannen in de kinderopvang
"Van schaafwonden en blauwe plekken leren kinderen erg veel"
Er werken structureel te weinig mannen in de kinderopvang. En dat is jammer, want hun aanwezigheid is goed voor de branche en zeker ook goed voor het kind. Met name jongetjes hebben veel baat bij een mannelijk rolmodel.
Het aantal mannen in de kinderopvang is nog gering, maar hun aanwezigheid in de sector is van groot belang. Uit onderzoek blijkt dat met name jongens in hun ontwikkeling worden geremd wanneer zij te weinig met mannen in aanraking komen. Ook voor meisjes is een grotere nabijheid van pedagogisch bekwame mannen in hun vroege jaren zeer zinvol. Vrouwen doen het vaak prima, maar mannen zijn niet alleen mannelijk rolmodel; zij brengen soms ook een iets andere stijl van werken, belangstelling, taal en toon binnen, die tot een verrijking van het teamwerk kan leiden.
Kinderopvang Sport BSO Zon DelftOver het algemeen zijn ouders, na een aanvankelijke afwachtende houding, zeer enthousiast over mannen in de kinderopvang. Uit interviews die Mark Lokven (Kinderopvang Sport BSO Zon Delft) hield met twee vrouwelijke managers in de kinderopvang blijkt dat het imago van hun mannelijke collega’s is veranderd: werden ze een paar jaar geleden nog betiteld als ‘softies’ of mietjes, tegenwoordig vindt men ze stoer. De maatschappij is veranderd; er zijn geen pure man/vrouw-beroepen meer. Een gemengd team is goed voor de balans op de werkvloer. Overigens ligt hier ook een schone taak voor de mannen zelf: positieve mond-tot-mond reclame over het vak.
Afhankelijk van locatie en accommodatie zijn steeds meer mannen werkzaam in de kinderopvang. Kinderopvang Sport BSO Zon Delft beschikt over een sporthal en drie voetbalvelden. Veel vrouwen in de kinderopvang zijn het werk gaan doen vanuit hun behoefte en vaardigheden om te verzorgen. Bij mannen ligt dat anders; zij richten zich daarom veelal op sport en spel.
Tip van de locatiemanager: zoom in waar de kinderen én je personeel behoefte aan hebben en stem die behoeften op elkaar af: de een heeft een voorkeur voor knutselen of koekjes bakken, de ander voor voetballen.
CombinatiefunctiesMark Lokven (Kinderopvang Sport BSO Zon Delft) ondervond aan den lijve dat de BSO vanwege het beperkte aantal uren meestal geen vetpot is. Juist in het Nederlandse 1,5-verdienersmodel (man werkt fulltime, partner parttime) komen mannen in de kinderopvang een stuk salaris tekort. Daarom onderzocht hij in opdracht van Impuls Amsterdam het fenomeen combinatiefuncties. Dat houdt in dat je in diverse sectoren van kinderopvang, vrije tijd en onderwijs twee of meer verschillende functies combineert, bijvoorbeeld jongerenwerk met kinderopvang of welzijn (opvoedondersteuning) met kinderopvang.
Voordelen hiervan zijn dat je slechts één keer aangifte hoeft te doen voor loonbelasting, maar ook dat je dezelfde kinderen op meerdere momenten per dag in diverse functies tegenkomt. Bovendien vormt een combinatiefunctie een logische, organische combinatie van kinderopvang en opvoedondersteuning.
Leren hoe je man moet wordenVolgens Lauk Woltring, adviseur, trainer en coach en al sinds 1985 gespecialiseerd in ‘Werken met jongens’, hebben jongens nabije mannelijke voorbeelden nodig. Je kunt van vrouwen namelijk ontzettend veel leren, maar niet hoe je man moet worden. Veel verzorging en opvoedingstaken verschuiven naar instellingen buiten het gezin: kinderopvang, basisonderwijs, naschoolse opvang, verlengde schooldag, allerhande clubs. Hierin kom je traditioneel erg veel vrouwen tegen.
· In de kinderopvang is 99% vrouw
· In de buitenschoolse (naschoolse) opvang is 94% vrouw
· In het basisonderwijs is 88% vrouw
Per saldo leidt dit alles er toe dat nog steeds veel jongens tot hun tiende à twaalfde jaar vooral met vrouwen te maken hebben en slechts weinig nabij contact met mannen hebben, weinig met mannen praten over wat hen bezighoudt. Het ontbreekt hen aan voldoende nabije sekserol-voorbeelden met wie zij zich kunnen identificeren.
Volgens een aantal mannelijke pedagogisch medewerkers van BSO Groeipark / Impuls Amsterdam is tachtig procent van de moeders in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer alleenstaand. Juist zij vinden het prettig dat hun kinderen een (extra) mannelijk rolmodel hebben tijdens de buitenschoolse opvang.
Werken met gevoel voor sekseverschillen ‘Gelijke behandeling’ klinkt heel mooi, maar schiet soms haar doel voorbij. Jongens en meisjes zijn evenveel waard, maar staan gezien hun aanleg, hun verschillend rijpingstempo, de verschillende ervaringen die zij opdoen en de verschillende beelden die zij voorgeschoteld krijgen voor verschillende opgaven om zich te ontwikkelen tot uitgebalanceerde volwassenen. Zij vragen daarom deels om verschillende ondersteuning en begeleiding.
Kort door de bocht: meisjes ontwikkelen hun verbale vermogens (zowel luisteren als spreken) eerder, zijn gemiddeld wat rustiger, ontwikkelen zich iets gelijkmatiger en zijn met name ook eerder in staat hun emoties en activiteiten in taal uit te drukken. Zo op het oog passen zij zich wat meer aan. Jongens ontwikkelen hun talige vermogens gemiddeld wat later en verbinden hun emoties en handelingen minder gemakkelijk met taal.
Een ander belangrijk verschil is dat jongens veel meer testosteron hebben dan meisjes, een ‘hoog energetisch’ hormoon. Het leidt gemakkelijk tot impulsief gedrag (een jongetje zal eerder dan een meisje achter een bal aan de straat op rennen). Soms is dit onmiddellijke gedrag zeer adequaat (snelle reactie bij gevaar), maar onder bepaalde omstandigheden leidt het ook tot destructieve agressie.
Jongens staan voor de taak om hun energie in goede banen te leren leiden. Dat vraagt om zelfkennis, steun van en contact met volwassenen die het goede voorbeeld geven.
Het komt er op aan dat jongens zo nodig worden begrensd en zodanig worden gecorrigeerd en gestimuleerd dat zij zich blijven ontwikkelen en plezier houden in nieuwe uitdagingen en in de volwassenen met wie zij omgaan, dat zij van hun sterke kanten genieten en datgene oppakken waarin ze wat achterlopen.
Vrouwen zien gemiddeld meer gevarenIn een vooral vrouwelijke omgeving ligt het accent eerder op verbale correctie (vrouwen zijn meer verbaal, gebruiken meer woorden en voelen zich vaak meer op hun gemak bij meisjes die ook eerder verbaal reageren en met de juf of vrouwelijke leerkracht rekening houden) en vroeg ingrijpen (om mogelijke ongelukjes en eventuele overlast te voorkomen).
Vrouwen zien gemiddeld meer gevaren. Dat gaat wel eens te ver. Kinderen leren ontzettend veel van blauwe plekken en schaafwonden, omdat ze veel pijn doen, maar geen blijvende schade opleveren.
Op sommige terreinen liggen jongetjes qua ontwikkeling overigens gemiddeld weer wat vóór op meisjes: beweging, technische en ruimtelijke oriëntatie, experimenteergedrag, nieuwsgierigheid, lef, sommige vormen van rekenen. Maar qua fijne motoriek (mooi schrijven), taligheid, empatische vermogens en sociale vaardigheden liggen zij iets achter op meisjes.
Speel dus bewust in op de soms uiteenlopende ontwikkelingsopgaven van jongens en meisjes. Werken met gevoel voor sekseverschillen – zonder jongens en meisjes tot hun sekse te reduceren – kan er mede voor zorgen dat zowel jongens als meisjes uitgroeien tot gebalanceerde volwassenen die hun voorkeursgedrag en -vaardigheden kunnen uitbreiden.
Kortom: houd rekening met sekseverschillen en respecteer ze. En ga er vervolgens op een pedagogisch verantwoorde wijze mee om.
Concrete adviezen van prof. dr. Louis Tavecchio, afdeling POW, Universiteit van Amsterdam:
· Bied (jongens) meer ruimte voor bewegen, zoals stoeien, klimmen, rennen (en zie dit niet als ‘lastig’ gedrag!)
· Onderbreek bijeenkomsten/lessen e.d. iedere twee uur, zodat ze die ‘bewegingsonrust’ ongeremd kunnen botvieren
· Bied spel en andere activiteiten in ‘competitievorm’ aan (jongens willen graag ‘winnen’; het gaat er om hun aandacht te trekken én vast te houden)
· Waardeer hun onderzoeksdrang en zorg dat er speelgoed of andere spullen zijn - ook technisch materiaal - dat onderzocht en uit elkaar gehaald mag worden
· Taal en communicatie worden in onze cultuur steeds belangrijker en dat zijn zaken waar vooral vrouwen goed mee uit de voeten kunnen. Maar speel en stoei óók met de jongens en geef hen de tijd zich daarnáást met woorden te kunnen uiten
(bronnen: www.laukwoltring.nl en werkconferentie ‘Mannen in de kinderopvang’ d.d. 15 april 2009)
door Nicole Beaujean / www.enbee.nl
>> terug naar 'Collega's aan het woord'